search instagram arrow-down

Archief

Voer je e-mailadres in om je in te schrijven op dit blog en e-mailmeldingen te ontvangen van nieuwe berichten.

Voeg je bij 38 andere volgers

maart 2022
M D W D V Z Z
 123456
78910111213
14151617181920
21222324252627
28293031  

Spam geblokkeerd

Gevoel heeft logica

Dit artikel is het antwoord op een vraag die ik op 27 februari jongstleden op mijn Facebookpagina deelde. De vraag had betrekking op de protestmanifestatie van de Nationale Democratische Partij (NDP) de dag daarvoor. De titel van mijn post was: ‘Tot nu mijn langste vraagteken ooit’. Ik stelde de vraag aan mezelf, omdat ik relaties zag met een eerdere fase in onze ontwikkelingsgeschiedenis en dat niet zo terugvond in de berichten die ik las. Ik wilde stilstaan bij de ontwikkeling in ons politiek gedrag; althans hoe ik van een afstand naar dat gedrag kijk en wat ik zie. Het antwoord op mijn vraag is een antwoord aan mezelf en niet volledig. Ik streefde geen volledigheid na. Wat ik schrijf is subjectief en deel ik omdat dat is wat ik doe, delen wat ik vind.  

Zaterdag 26 februari jongstleden hield de NDP een druk bezochte protestmanifestatie tegen de huidige coalitieregering onder leiding van de VHP (Verenigde Hervormings Partij, waarvan de heer Chan Santokhi partijvoorzitter is tevens president van Suriname). De heer Bouterse is partijleider van de NDP, als militair pleegde hij met militaire kompanen in 1980  een staatstsgreep die 8 jaar duurde; in 2010 en 2015 werd hij president na democratische verkiezingen. In 2019 werd de heer Bouterse door de militaire krijgsraad van Suriname veroordeeld tot 20 jaar celstraf voor moorden begaan onder zijn militair bewind.  

Laat me alvast zeggen dat ik geen aanhanger ben van de politicus Bouterse of van zijn partij; ik schrijf over wat mij interesseert en als politicus heeft hij mijn interesse.  

In aanloop naar 26 februari werd de aanhang van de heer Bouterse op social media eenzijdig gelabeld als achterlijke wezens, lawaaimakers, dom, irrationeel en reddeloos verloren.  In eerste instantie had ik de neiging om aan het hele gebeuren geen aandacht te geven, maar op de dag zelf besloot ik met focus te gaan kijken en luisteren wat er gezegd werd en hoe het eraan toe ging. Toen ik de lifestream activeerde belandde ik direct in een echte Surinaamse broemtjiedjarie. De energie zat er goed in, dat werkte aanstekelijk. Ik bleef kijken tot het eind en schreef de volgende dag over mijn verbazing.  Waar in de wereld organiseert een voor moord veroordeelde ex-couppleger en democratisch gekozen ex-president met groot enthousiasme een grootscheepse en vriendelijke  protestdemonstratie tegen het bewind van zijn opvolger?   

Er zijn intussen veel valide redenen om publiekelijk protest te voeren tegen Chan Santokhi en hem misschien zelf de wacht aan te zeggen. Kiezers misleiden met beloftes en niet leveren; na verkiezingswinst het contact met kiezers vermijden. Wie mensenschuw is moet geen president van een land worden. Helemaal niet van een multi-etnisch volk met een koloniaal ontstaan en een getraumatiseerd verleden; pff. De protestdemonstratie was levendig met af en toe enkele serieuze flinke tikken aan het adres van Chan.

Maar eerst ga ik het hebben over Bouterse vanwege de politieke impact van zijn aanwezigheid in het politieke landschap vanaf 1980. Ons politieke systeem en de daarin ontwikkelde praktijken bieden ruimte aan ontsporing van politieke bestuurders, leiders en gelukszoekers.  Dat was al in aanvang van de slavernijkolonie zo; dat is geen vondst van Bouterse. Dat hij de afgelopen 42 jaar de politieke boeman werd is vanwege de coup en de decembermoorden en wat die met onze breinen en harten deed te begrijpen; maar er zit in het ‘label politieke boeman’ ook politiek gemakzucht. Alles wat verkeerd gaat schuiven we naar de hoop van de boeman en de rest is clean en onschuldig. Vals, want wie politiek bedrijft is niet onschuldig. Ik denk dat dit is waar mensen (ik in elk geval) zich ergeren aan Chan; hij schuift zijn onvermogen onder het tapijt van Bouterse en wast, voor wat onder zijn bewind misgaat zijn handen in onschuld. Dat is politiek onvolwassen gedrag.  

In mijn boek ‘Schaduwnatie. Een essay over de onvolkomen dekolonisatie van Suriname’ kijk ik met een pedagogische blik naar onze postkoloniale ontwikkeling en constateer dat de voormalige Nederlandse kolonie waarin we wonen (nog) geen  doordachte  dekolonisatie doormaakte en dat dit verzuim doorwerkt in het dagelijks leven van de burgers van dit land én in het functioneren van alle instituten. Surinaamse politiek is niet een politiek van leren maar een politiek van verschonen.  A no mie (het ligt niet aan mij) is geen Bouterse vondst maar de mantra van alle Surinaamse politici. Noem me één die verantwoordelijkheid neemt of opeist voor het effect van haar/zijn handelen.

Met zijn verleden van slavernij en kolonialisme is Suriname niet uniek of bijzonder. Wat aan Suriname uniek en bijzonder is, is de hyper multi-etnische samenstelling van haar bevolking. Een samenstelling die kunstmatig en met dwang tot stand kwam en eeuwenlang gedurende het grootste deel van de koloniale tijd (dat  was tot na de Tweede Wereld Oorlog!) en in een door Apartheid geïnspireerde  ordening werd bestuurd.  25 november 1980 was geen revolutie maar een militaire staatsgreep en zo Bouterse en de zijnen een voor de ontwikkeling van Suriname revolutionaire daad verrichtten, was het de vanzelfsprekendheid van de op Apartheid geïnspireerde bestuurlijke ordening doorbreken.  Een doorbraak die later in zijn politieke partij NDP, en politiekvoering werd bestendigd. De NDP was de eerste politieke partij in Suriname die – expliciet, principieel en spiritueel – geen etnische oriëntatie en etnische politiekvoering had. Men kan zeggen dat Bouterse dit deed om opportunistische reden (welke politicus is geen opportunist?), daar kan tegen in gebracht worden – wat ik doe – dat het resultaat beoordeeld moet worden en niet de reden. Het resultaat was een samenlevingsbreed ontluikend gevoel en besef van belonging. En bij elkaar willen horen is een minimale vereiste om een duurzame op continuïteit gerichte menselijke relatie te ontwikkelen. Een volk zijn is een duurzame op continuïteit gebouwde menselijke relatie; daar moet je aan willen werken.

Hoe we ook naar Bouterse kijken, hoeveel kritiek we op hem hebben (ik schaar me onder zijn critici), is dit zijn verdienste voor Surinamers en Suriname: hij verbond Surinamers met elkaar en met hun land zonder van hun etnische, raciale of sociale komaf een thema te maken. Hij versterkte ons transculturele potentieel dat we als Surinamers allemaal hebben,  door onze  geschiedenis van vertrek, hier komen en hier zijn.   

Maar Desi Bouterse heeft ook een schaduwkant, zijn zwaar belast verleden. Een verleden dat vanwege veranderende maatschappijopvattingen en machtsverhoudingen niet (meer) opweegt tegen zijn verbindende kwaliteiten. In de postkoloniale tijd die zich wil kennen als een tijd van kennis & informatie & wetenschap, van emancipatie & verlichting, van universele mensenrechten, van zakelijke rationaliteit, van wederkerigheid en van rechtsspraak zonder aanzien van personen, is zijn schaduwkant een obstakel. Een obstakel dat wanneer niet goed behandeld, overgaat in leleku en bij verdere verwaarlozing transformeert in een kunu. (In de winti mystiek is leleku een moeilijk oplosbaar probleem. Kunu is iets afschuwelijks dat de hele familie treft. Bron: Baas Waterval.) Het is deze schaduwkant van hem die ons bij de les houdt en moet houden. We zijn geen onschuldige toeschouwers of spelers. Aan welke kant van het verhaal we ook kiezen te staan, objectief zijn we nooit.  Zijn schaduwkant is ons licht en omgekeerd, wat ons met hem verbindt is wat ons van hem scheidt: zijn straf draagt hij in zijn eigen schaduw.

Wat me brengt op het leiderschap van Santokhi. De heer Santokhi is niet verantwoordelijk voor het gedrag van de heer Bouterse, dat is de heer Bouterse zelf. Waar hij wél verantwoordelijk voor is, is het creëren van een politiek bestuursklimaat waarin de heer Bouterse geen ruimte ervaart voor publieke demonstratie van zijn schaduwkant. Dat klimaat creëert Santokhi niet door over de reden en inhoud van zijn nachtelijke gesprekken met  Bouterse te blijven zwijgen. Als gekozen leider van zijn volk kan en mag Santokhi niet in de schaduw van Bouterse staan. Door zijn presidentschap niet los te zien van de heer Bouterse – met iedere keer terugwijzen naar diens bewind om zijn handelen te legitimeren – ontwikkelt hij niet de energie en het meesterschap om zijn volk de aandacht te geven die het in deze tijd van contrasten (ontluisterende armoede aan de ene kant, de belofte van olierijkdom aan de andere kant)  nodig heeft om in het toekomstperspectief te kunnen en te blijven geloven.  We kunnen Bouterse bekritiseren omdat hij op 26 februari jl. ook geen toekomstplan had, wat waar is. Maar hij is nu geen president en bovendien, daar is een politieke protestdemonstratie niet voor. Wat hij wel had – en in de ontwikkeling tot een volk is dat een sterke troef – was een verzameling mensen die met elkaar en met hem uitstraalden dat ze bij elkaar hoorden. En laat dat nu precies het onvermogen van Santokhi zijn! Een gebrek aan leiderschapsvaardigheden die de oermenselijke behoefte om bij elkaar horen (belonging) aanspreekt. Dat heeft niets te maken met etniciteit, ras, sekse, kleur, geloof, kaste of zo; dat heeft te maken met energie en aanspreken van onze spiritualiteit! Een leider die dat niet kan of niet wil aanspreken verliest zijn volk, hoe rijk aan materie en geld dan ook : eerst de mensen dan de systemen en het kapitaal.

Bedoel ik wat ik schrijf als redenen om Bouterse terug te willen als president?

Alsjeblieft, niet zeg. Nooit meer! Hij heeft zijn tijd en kansen gehad en heeft ons geleerd wat we op onze reis naar worden wie we zijn moesten leren!

Terwijl de aanwezige hoeveelheid grondstoffen – in de vorm van een vruchtbare bodem (Suriname was niet voor niets een plantagekolonie!), hout en fossiele mijnbouwproducten – alle nu levende Surinamers en generaties na hen een leven met welzijn en welvaart kunnen bieden, zijn dat niet de leiderschapsoriëntatie en de maatschappelijke ontwikkeling die de regering van Santokhi kenmerken. Het moet wel gezegd, er wordt nu hard gewerkt aan de opheffing van een financieel  bankroet. Dat moet ook in een wereld waar waarde en meedoen in belangrijke mate worden uitgedrukt in en bepaald door geld. Maar wat tegelijkertijd ook moet – om in diezelfde wereld te kunnen leven – is werken aan gemeenschapswaarden, de menselijke waardigheid en weerbare mensen. Dat gebeurt niet omdat de heer Santokhi en de DNA nog vastzitten aan een handelen en handelingsscript uit de koloniale tijd. Een script dat niet duurzaamheid en de eigen bevolking in haar ontwikkeling als prioriteit heeft, maar de exploitatie van grondstoffen, de uitbuiting van mensen en behoud van systemen die dit script ondersteunen; net als in de koloniale tijd.

De aanzwellende oliebonanza leidt bij hem en zijn regering (nog) niet tot inspirerende en haalbare doelen die de bevolking begrijpt, en antikoloniale duurzame vooruitzichten. Niemand die stilstaat bij de vraag of en hoe een postkoloniaal ontwikkelingsland land met krap aan 600.000 mensen de snelle influx van miljarden oliedollars gaat absorberen en beheren. Dat is een recept voor ongekende decadentie, verspilling van alles en bittere armoede. We kennen dat op kleinere schaal van de 3.5 miljard  Nederlandse guldens als bruidsschat (oftewel afkoopsom) bij onze onafhankelijkheid in 1975.

Wat gaan we doen met de grote werkeloosheid en ons niet erg flexibele arbeidsmarkt met schoolverlaters die niet zijn opgeleid voor een moderne ‘vloeibare’ arbeidsmarkt?

Onlangs beluisterde ik een interview met de minister van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking (BIBIS). Hij refereerde  aan de aanstaande oliebonanza – en in dezelfde zin van een terzijde – sprak hij over Suriname’ s zwakke local content en arbeidsmigratie als de oplossing. Hij sprak  over inrichten van de arbeidsmarkt in toekomstig olieland  Suriname en gaf als ideaaltypisch voorbeeld de Verenigde Arabische Emiraten. Ik ben geen HR professional maar heb genoeg organisatiekennis en -ervaring om te beseffen dat de minister geen weet heeft van het domein die hij zich toe- eigende. De vraag is of hij weet wat hij niet weet. Surinaamse politici dwepen vaak met Dubai, zonder zich te verdiepen in de achtergronden van wat zich aan de oppervlakte als succes presenteert. Hoeveel Surinamers weten dat Dubai geen democratie is maar een totalitaire staatsvorm met een emir aan het hoofd met absolute patriarchale macht? Is dat de ontwikkelingsgang voor Suriname?  De interviewer haakte niet in op de schets van de arbeidsmarkt van toekomstig olieland Suriname zoals de minister dat zag. Het gesprek ging verder zonder een rimpeling. Die avond had ik visioenen van Suriname: olie-overstromingen; puissant rijke politici met hun even puissant rijke sponsoren; nog rijkere oliemaatschappijen; expats die tonnen Amerikaanse dollars cashen en Surinamers in domestic services van wie de meesten Inheemsen en nakomelingen zijn van Afrikaanse slaven.  

Misschien zaten er spoken in mijn hoofd.  Misschien gaat het Suriname onder leiding van Santokhi lukken, op het spoor te komen van rijkdom voor veel en welzijn voor alle Surinamers. Met lessen uit het verleden naar de toekomst kijkend en het script van Surinaamse politici kennend, heb ik daar serieuze twijfels over.  Tenzij Suriname 47 jaar ontwikkelingsachterstand in 3 jaar kan wegwerken. De olie-exploitatie begint volgens planning over 3 jaar. Op dit moment functioneren alle basale instituten voor maatschappelijke ontwikkeling op de rand van instorting. Covid voegde zich bij de malaise die er daarvoor al was.      

In dit landschap sloeg Bouterse op 26 februari jongstleden opnieuw een piketpaal voor verkiezingen van 2025 of zoveel eerder.

We kunnen naar de piketpaal kijken als blufpoker van een oude leider die niet van ophouden weet en Santokhi uit zijn tent lokt. Maar we kunnen het ook begrijpen als iets dat gezaaid werd door Santokhi. In september 2021 tijdens zijn eerste en tot nu enig werkbezoek aan Nederland. In een besloten ontmoeting informeerde hij zijn Nederlandse fans, die hij diaspora noemt, dat hij ready was voor de verkiezingen in 2025 of zoveel eerder. Dat was voor vriend en vijand een oorverdovende steek in de rug. Op dat moment verloor hij – Santokhi – het vertrouwen van veel Surinamers die tot dan in zijn presidentschap/ leiderschap geloofden of hem het voordeel van de twijfel gunden. Ook bekoelde het partnerschap van hem en zijn coalitiepartners aanmerkelijk; zelfs de vicepresident leek in een aanhangwagen te zijn geplaatst.  

Vanaf toen klonk het woord bromtjiedjarie (bonte bloementuin) uit de mond van Santokhi als een misplaatste grap. Santokhi zaaide zelf het zaad dat 26 februari jl. Bouterse de gelegenheid bood om bij zijn nog grote politieke aanhang het gevoel van belonging te reactiveren.  Politiek begint en eindigt in mensenharten!    

Geef een reactie
Your email address will not be published. Required fields are marked *

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: