De titel van dit artikel is een citaat van de Brits-Ghanese filosoof, Kwame Anthony Appiah. Hij schrijft helder en toegankelijk over filosofische kwesties, en overstijgt daarbij academische disciplines. Hij breekt academische hokjes open en maakt verbindingen om relaties te tonen tussen ogenschijnlijk op zichzelf staande historische en maatschappelijke gebeurtenissen. Voor zijn boek ‘The Honor Code. How moral revolutions happen, (Nederlands ‘De Erecode. Hoe Morele revoluties plaatsvinden’) ontving hij in 2016 de Spinozalens, een academische prijs die jaarlijks wordt toegekend aan vermaarde denkers over ethiek en samenleving. De jury noemde Appiah’s werk :”Het beste wat de menselijke geest te bieden heeft”.
Cognitieve dissonantie
Toen ik las dat de Nationale Democratische Partij , NDP, sinds 14 december 2024 een ethische code heeft, was mijn eerste reactie “goed ” en daarna vroeg ik me af: hoe heeft deze partij deze draai – die gelet op zijn historie een morele revolutie is – kunnen maken zonder het over zijn basis te hebben en over de kritiekloze adoratie van zijn partijoprichter en het partijbestuur? Wie nog niet weet wat de ideologische basis van de NDP is, verwijs ik naar de internetpagina van de partij.
Ik citeer wat de NDP voorzitter over de code zei: “Deze ethische code is een belangrijke stap in het versterken van ons politieke huis. We willen dat de NDP niet alleen een kracht is in de politiek, maar ook een voorbeeld voor de samenleving op het gebied van integriteit en verantwoordelijk leiderschap”. ‘Huh?! Wacht even, zei ze dat echt? Het antwoord is: ja.
What about de basis van de partij? What about de gevonniste voortvluchtige ex-president die de voorzitter, direct na in positie gekozen, benoemde tot erevoorzitter? Hoe past deze ethische code die – in de NDP context – een morele revolutie genoemd mag worden bij dit alles? Ziet de partijvoorzitter geen tegenstrijdigheden? Zou ze zich – als arts – bewust zijn van de mentale spanning die deze tegenstrijdigheden teweeg kunnen brengen bij het sensitief en nadenkend deel van loyale NDP-ers?
Deze mentale spanningen noemt men cognitieve dissonantie. Cognitieve dissonantie is wat je ervaart wanneer je dingen moet accepteren die niet rijmen met de idealen waarvoor je lid werd van een groep of politieke partij. Cognitieve dissonantie kan mensen mentaal ziek maken, of hopeloos: “Mi wan dédé dji mi leider”.
Toen de NDP in 2020 de verkiezingsstrijd verloor, ondanks de royale inspanning van trouwe NDP-ers, werden de partijtoppers, inclusief de huidige voorzitter, onzichtbaar en onvindbaar voor de volgelingen. In geen veld en op geen weg te bekennen. De trouwe volgelingen bleven met hun verdriet, boosheid en rouw achter. Op deze blogsite schreef ik op 8 juni 2020 een artikel daarover met de titel ‘Stemvee, verlies en rouw’. We zeggen dat Surinamers snel vergeten. Ook daarom schrijf ik, om niet te vergeten.
Zou de ethische code van de NDP een verkiezingsstunt zijn, bedoeld om het ‘stemvee’ te mobiliseren? Als dat zo is, is de NDP net zo misselijkmakend vals als de VHP met zijn niet hervormde H en zijn bromtyidyari sprookje. Want die zijn ook cognitieve dissonantie. Net als de misleiding in de noot hieronder. We weten dat het kan. En wat kan gebeurt! Tenzij we gaan nadenken over en werken aan onze eer. Onze eer als Surinamers!
Revo-basis en ethische code
Op de internetpagina van de NDP staat de ethische code (nog) niet. En eerlijk gezegd betwijfel ik of die ooit op die pagina zal komen, want dan zou de cognitieve dissonantie nóg sterker zichtbaar worden. De basis van de NDP is de revo. Revo, de imbeciele afkorting van het woord revolutie. “De overname van de regeermacht op 25 februari 1980 noemen we ook wel de Revolutie.” Het staat er echt, de – overname – die – ook – wel – revolutie – wordt – genoemd. Niet de omverwerping van de wettige regering, wat integer zou zijn, want dat is wat de revolutie was! Er staat ook dat vanaf die dag, dus 25 februari 1980, in Suriname een proces in gang was gezet dat gestoeld was op (ja, niet bedoeld om, maar gestoeld op) vier vernieuwingen te weten:
1. de sociaal economische orde;
2. de sociaal maatschappelijke orde;
3. de politiek bestuurlijke orde;
4. de educatieve orde;
5. het milieu (kwam er later bij).
Vanaf de eerste (!) dag van de revolutie was een proces van vernieuwing van de totale orde in gang gezet en 8 jaar later was het resultaat niet de gewenste nieuwe orde maar een bestuurlijk en maatschappelijk ontwricht land met in kampen verdeelde getraumatiseerde mensen. Daarbij komt dat het militair bestuur kort vóór de bestuursoverdracht aan de burgerregering, nog snel even, middels een referendum, van de bevolking het ja-woord wilde voor een nieuwe Grondwet, die van het oorspronkelijk parlementair regeersysteem een hybride maakte. Natuurlijk gaf de bevolking haar ja-woord. Dat ‘onze jongens’ met geweren levensgevaarlijk waren hadden we op 8 december 1982 gemerkt! De nieuwe Grondwet maakte van de president een heerser met té veel macht en van de volksvertegenwoordiging (DNA) een applausmachine voor de heerser. Kortom, de coupplegers kregen hun cake en aten die helemaal op. Nu zit Suriname ruim 37 jaar opgescheept met een paskwil grondwet en doen we of die toestand een natuurwet is, wat niet zo is! Het is het resultaat van onvolwassen politiek leiderschap en zegt iets over de eer van onze politici en over onze volks eer.
Na 8 jaar militaire dictatuur was de bemoeienis van de militairen in het dagelijks leven van Surinaamse burgers in alles gedrongen en ‘normaal’ geworden, dat na 1987 de coupplegers ongestraft konden opgaan in het politiek bestuur en de politieke handel en wandel. [Soms wil ik dromen dat met patriottisme, academische intelligentie, militair beroepseer, politiek bewustzijn en politieke wil het anders was gelopen; beter. Had gekund. Er zijn voorbeelden in de wereld!]. Na het militair bestuur en het leiderschap van twee regeringen op rij, had de NDP zoveel invloed, bestuurservaring en burgerkracht dat ze, als ze dat wilde:1 in de partij een diep zelfevaluatieproces (deep cleansing) had doorlopen; 2 met de bevolking en onder begeleiding van onafhankelijke externe experts een proces van waarheidsvinding en verzoening had doorlopen; 3 een interne integriteitscode opgesteld en 4 met alle politieke partijen en andere maatschappelijke stakeholders samen een nationale code voor goed bestuur in Suriname opgesteld (met een daarbij passende politiek onafhankelijke toezichthouder) voor alle onder overheidsbestuur vallende organisaties. Hoera. Dan was de revolutie geslaagd! Dat deed de partij niet. En nu zijn er drie generaties Surinamers waarvan een significant deel lid is van een partij wiens fundament ligt in: omverwerping van de grondwet, de democratie en de mensenrechten. Een partij die doet alsof ze tegen de oude gevestigde orde is, terwijl ze intussen lang en breed deel is van die oude gevestigde orde. En die generaties gaan een ethische code zonder ziel slikken als zoete koek?
Op de keper beschouwd toont de NDP ons een nationale clusterfuck 1die mogelijk is en blijft door onze politieke cultuur. In die politieke cultuur zijn niet de belangen van Suriname als geheel leidend, zijn politici niet begaan met het volk dat ze leiden en zijn de mensen die het volk vormen boos; boos op zichzelf en op elkaar. De Surinaamse politieke cultuur is een cultuur van verwaarlozing en – omdat het cultuur is – merk je het in alles.
Vanaf 1975 – eigenlijk al in de Statuuts-periode van 1954 tot de onafhankelijkheid – hebben Surinaamse politici het wingewest denken en de koloniale patronen van de kolonisator overgenomen. Dat uit zich in de verrijking van zichzelf en hun ‘clanleden’; al gauw deden de coupplegers mee aan het wanbeheer en de corruptie die ze zeiden te bestrijden. Ze werden er meesters in en toen ze politici werden, beheersten ze – met hun detailkennis van de geografie en van de sociale kaart van het land en hun connecties in de boven- en onderwereld – het spel op topniveau. Ze werden een bepalende factor. Feitelijk stapten de militairen in het gedrag en de rol van de kolonisator. We keken/kijken er niet zo naar. Ook omdat het ze met hun geweren en doctrines was gelukt Surinamers wijs te maken dat zij het land hadden bevrijd van de kolonisator.
Suriname is een gunstenmaatschappij waar politici gunsten verdelen en flirten met nationalisme en democratie, maar ze onvoldoende professionele bestuurlijke vorming en eergevoel hebben om die flirt in te zetten voor een volwaardige duurzame gemeenschap waar burgers gevrijwaard zijn van onfatsoen van de overheid. De ontwerpers van het wingewest lieten bij hun vertrek geen sterke democratische instituten achter (dat was ook niet het doel van hun aanwezigheid hier) en Surinaamse politici – eerloos als ze zijn – werken zelf niet aan de ontwikkeling en versterking van instituten die de democratie in het land schragen, en bij de bevolking natiebewustzijn ontwikkelen. Ze werken niet aan de ontwikkeling van eergevoel bij de bevolking.
Het zijn onder meer deze factoren – en niet onze kleine bevolkingsomvang of multi-etniciteit- die mede mogelijk maakte dat een staatsgeep van militairen in lage ranking (sergeanten) zo lang effectief bleef. Het gebrek aan intellectuele bagage, de retoriek van vernieuwingstaal, en later een lobi code als politieke pacifier, voerde de gemeenschap terug in zijn ontwikkeling! In de sociaal- maatschappelijke orde ruimde de lobi code etnische hebi enigszins op, maar niet genoeg om niet weer te groeien. Terwijl, om als gemeenschap stabiliteit en welvaart te hebben soso lobi niet genoeg is. The Mighty Sparrow zong het al: we can’t make love on hungry belly, Bob Marley deed het met meer nadruk: a hungry man is an angry man.
Binnenkort gaan Surinamers weer naar de stembus. Na het verlies van de vorige regeerders en de winst van de huidige is zoveel wel duidelijk: Surinaamse politici geven niet om Surinamers en willen eer voor hun wangedrag. Ze krijgen die eer wanneer op ze gestemd blijft worden.
Terug bij Kwame Anthony Appiah.
Volgens Appiah heeft na een morele revolutie de gemeenschap een nieuw aanzien en vragen de mensen, wanneer ze terug kijken: “Hoe konden we dat al die jaren toch zo doen ?”
Als we Kwame Anthony Appiah volgen, zou er dan nu eindelijk een morele revolutie hebben plaatsgevonden in de NDP. Zou de ethische code daar de uitkomst van zijn? Omdat over die code nog op de oude bekende niet informatieve manier met de gemeenschap is gecommuniceerd (behalve enkele kernwoorden is er niets inhoudelijks gedeeld) zullen we dat pas merken in de verkiezingsstrijd en na de verkiezing, wanneer de uitkomst bekend is. Vooralsnog wekt de presentatie van de partijvoorzitter de indruk van verkiezingspraat, en daar zit geen eer in!
- Overigens, niet alleen de NDP, de meeste Surinaamse politieke partijen nemen een loopje met de hersens van Surinamers. De VHP doet het met een H die moet doorgaan voor hervormd maar gewoon Hindostaans is; de PL die hardnekkig een Javaanse naam heeft in een land waar minder dan 10% van de mensen Javaans spreekt en begrijpt (In Java waren ze met deze aanstellerij eruit geschopt); de ABOP die zegt Marrons te bevrijden, terwijl Marrons Surinamers zijn die zichzelf al in de koloniale slaventijd bevrijd hadden, maar in het koloniaal script leerden we niet zo over ze te denken en nu spint de leider van de ABOP daar garen bij; de NPS met een symbool dat maar niet wil ontsteken omdat de leider het vuursteentje in zijn zweetsokken bewaart; en dan de PALU die zegt een progressieve arbeiders en landbouwers unie te zijn, maar die het als bijwagen van de NDP niet lukte de arbeid en landbouw van Suriname voor te bereiden op de 21ste eeuw. ↩︎
